Blog
- Geej se lèllike voel hod!
- Betty sings about starlight and champagne. I sing about dead rabbits and blow jobs. When I say music is violence, she says it´s love; when I say it´s math, she says it´s tap dancing. ~ Kristin Hersh
- Ik geloof dat ik fans van lokeren hoor, kan dat?
- Zit ik naar een bierbeker-gooien spel te kijken, begint er opeens een voetbalwedstrijd!
- zie je iets waarvan je denkt "dat hoort niet op de grond", dan raap je 't op en leg je het weg, anders wordt het hier te bont!!
- In deze onzekere tijden is de behoefte aan onbetrouwbare informatie minstens zo overbodig als aan inspanning
- Een vogel die in West-Vlaanderen niet verder trekt: de hierzwaluw.
- Hij is het type vriend, dat in het bijzijn van andere vrienden, met jou begint te praten over een probleem dat je hem in alle vertrouwen hebt verteld
- Net als bij het zogenaamde luistereczeem bij loodgieters, is een vochtige omgeving vaak de boosdoener
- Van sommige bedrijven weet het personeel NOG STEEDS NIET vanaf hoeveel bomen per m³ men kan spreken van een bos!
- Het verschil tussen een dialoog en diarree is, dat je bij een dialoog rond de pot kan draaien.
- De man is duidelijk niet helemaal bij zijn verstand
- als ik sie jou krijge van mij één klap in jouw gesich dan mag te jouw gesich kapoet klootsak
- aangespoelde zeehondjes bevatten doorgaans meer zeezout dan een gemiddelde zak chips
- dick here to connect
- Verknoei je tijd op een nuttige manier!
Weefsnitje en de deven zergen
Brigitte, 2004-04-15
Er leefde eens, veel her weg in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje, en dat scheel hoon meisje heette weefsnitje.
Maar in dat krachtig pasteel woonde nog iemand, de de biefstoeder, de moze biefstoeder van Weefsnitje.
En iedere dag trok zij haar kloenste scheetje aan, en dan ging ze voor het wiegeltje staan, en da zei ze:
“Wiegeltje wiegeltje aan de spand, wie is de vroenste schouw van lans het gand?”
En dan antwoordde dat wiegeltje: “Biefstoeder, je bent scheel hoon, maar Weefsnitje is muizendschaal doner dan jij.”
En dan werd die moze biefstoeder beeds stozer.
En op dekere zag, ging zeij vrorgens smoeg naar de joze bager, “joze bager” zei ze, “jij gaat weefsnitje nidkappen en haar achterlaten in het wonkere doud.”
En de joze bager, de leersmap, die had een klare zijk op de kaak. Hij was vroeger nog matroos geweest en had zeven jaren op zijn slip gescheten.
De joze bager dus sprong op zijn perk staard, pakte zijn wietgescheer en met zijn klatte zoten smeet hij weefsnitje in het wuikgestras.
En Weefsnitje, ocharme, zat daar te schruilen van de hik. Het zat daar vol met woute stolven.
Maar toen kwamen daar uit het heupelkrout de deven zergjes die ergens in het doud in een harig kutje woonden.
Zij zagen Weefsnitje liggen en, met verkrachte eenden, brachten zij Weefsnitje naar een haddenstoelen puisje.
Toen kwam daar opeens de prone schins voorbij, ook al pezeten op een pert staard, eigenlijk een pimmelschaard.
Hij zag Weefsnitje liggen, want zei lag daar in een klazen gist. Zei had zich immer verlsikt in een fut struik van de houte steks.
En de prone schins werd natuurlijk zapelstot van Weefsnitje, hij streek haar kak in de ogen en mutste haar op haar recht op haar kont.
Hij nam haar mee, zij trouwden veel en hadde lange kinderen en gaven een groot kannepoekenfeest....
Er leefde eens, veel her weg in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje, en dat scheel hoon meisje heette weefsnitje.
Maar in dat krachtig pasteel woonde nog iemand, de de biefstoeder, de moze biefstoeder van Weefsnitje.
En iedere dag trok zij haar kloenste scheetje aan, en dan ging ze voor het wiegeltje staan, en da zei ze:
“Wiegeltje wiegeltje aan de spand, wie is de vroenste schouw van lans het gand?”
En dan antwoordde dat wiegeltje: “Biefstoeder, je bent scheel hoon, maar Weefsnitje is muizendschaal doner dan jij.”
En dan werd die moze biefstoeder beeds stozer.
En op dekere zag, ging zeij vrorgens smoeg naar de joze bager, “joze bager” zei ze, “jij gaat weefsnitje nidkappen en haar achterlaten in het wonkere doud.”
En de joze bager, de leersmap, die had een klare zijk op de kaak. Hij was vroeger nog matroos geweest en had zeven jaren op zijn slip gescheten.
De joze bager dus sprong op zijn perk staard, pakte zijn wietgescheer en met zijn klatte zoten smeet hij weefsnitje in het wuikgestras.
En Weefsnitje, ocharme, zat daar te schruilen van de hik. Het zat daar vol met woute stolven.
Maar toen kwamen daar uit het heupelkrout de deven zergjes die ergens in het doud in een harig kutje woonden.
Zij zagen Weefsnitje liggen en, met verkrachte eenden, brachten zij Weefsnitje naar een haddenstoelen puisje.
Toen kwam daar opeens de prone schins voorbij, ook al pezeten op een pert staard, eigenlijk een pimmelschaard.
Hij zag Weefsnitje liggen, want zei lag daar in een klazen gist. Zei had zich immer verlsikt in een fut struik van de houte steks.
En de prone schins werd natuurlijk zapelstot van Weefsnitje, hij streek haar kak in de ogen en mutste haar op haar recht op haar kont.
Hij nam haar mee, zij trouwden veel en hadde lange kinderen en gaven een groot kannepoekenfeest....
~ Bekeken: 7 × | TOP | THUIS | TERUG
Doe mee!

Eluterius groeit door inbreng van gebruikers. Wil jij ook weetjes delen en dingen toe kunnen voegen? Word lid!
Weekpoll
En ook...

Top-30
De tussenstand in onze Eigenzinnige 30 van
week 12/2026. Muziek van 1950 tot nu!1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
12
14
16
NEW MUSIK - World Of Water 25
18
ROEL TIJSKENS - Novelle 22
20
22
23
24
26
27
ELTON JOHN - Rocket Man 10
30


Rechts

